Robert Keurntjes, genealogie"

Genealogie, Robert Keurntjes

Stamreeks Brants
in Millingen (tussenstand 2020)

Samengesteld door: Robert Keurntjes, versie 3 december 2019

De aanleiding voor dit onderzoek was de aanname dat de familie Brants in Millingen af zou stammen van de familie Van Domselaar. In De Gelderse steenindustrie en het geslacht Arntz suggereert J.J. Hooft van Huyduynen dat Arndt Brants die genoemd wordt als zwager van een Jorden van Pavordt dezelfde persoon zou zijn als Arndts Brants die in de 17e eeuw in Millingen leeft. Uit nader onderzoek is gebleken dat hier niks van klopt. Arndt Brants in Millingen was een zoon van Herbert Brants.

In januari 1637 wordt na een gezellige avond Derrick Hummeling opgewacht door Johan Schouwenburg en Wolfgang Verburcht. Ze beginnen hem te slaan, maar de broers Gerrit en Hendrik de Laer zijn nog in de buurt en schieten Derrick te hulp. Hendrik weet zijn zwager Arndt Brants nog te hulp te roepen. Als Arndt zonder jas naar buiten komt krijgt hij al snel een klap met een gaffel van Wolfgang, waarop hij hem achterna jaagt door het dorp heen. Weer terug op de plek waar de rest in gevecht was ligt inmiddels Johan dood op de grond.
Enkel op grond dat Arndt Brants eerder Johan een klap verkocht had en gezegd had dat hij hem dood zou slaan wordt hij nu aangeklaagd voor doodslag van Johan. Hij wordt vrij gesproken, maar de processtukken zijn gelukkig bewaard gebleven [GA, ORA Millingen 0185, inv.nr.1].
Arndt wordt ook wel Arndt Herberts genoemd - en aangezien Herbert Brants voor hem in de archieven voorkomt is zijn vader snel gevonden. Arndt is waard en Hendrik de Laer is klaarblijkelijk zijn zwager.

Arndt Brants wordt in het verpondingscohier van 1649 meerdere malen in Millingen genoemd [GA 0003, inv.nr. 359, Millingen begint op geldersarchief.nl met afbeelding 116. Transcriptie: vanbenthemgenealogie.nl/verpondingskohieren-1649-2/]:

- Henrick Arndts & Arndt Brants hebben in pacht 9 mergen bouwlandts inde grest, quadt slecht Velt landt voor...
Staet to noteren, dat deeser voorse goederen sijn beswaert met 120 roeden bandijcks waeronder 90 roeden schaerdijcks, die welcks met voorspijcken moeten onderhouden worden, inde met rouwaer die de heer ter voorss plaeths op sijne costen moet onderhouden sonder beswaer van de pachter, sijnde geleghen tegens de Cleefsche goederen inde daerden boven beswaert met ses hooffden in kribben diewelcks tot noot conservatis der voors dijcken moeten onderhouden worden.
Nota dat de geen alle jaer bij den ontfanck duijsent gulden moet adderen ongeveerlick, presenterende sulcks in ons van onkentenis te verifirens.
- Joncker Schaep heeft verpacht aen Arndt Brants het Molenstuck groot 9½ mergen bouwlandts voor 26 gl
- Arndt Brants brenght aen den Bocxsteert groot elff mergen quadt landt in pacht voor 92 gl
- Arndt Brants brenght aen 6½ mergen landts, daerop een huijs en een weijnich boomgaarts daeronder begrepen getaxeert op 39 gl
Beswaert met 23 roeden dijcks, daeronder 8 roeden schoordijck & met 10 gl erffpacht
Arndt heeft dus 25 morgen grond onder zijn hoede en samen met Henrick Arndts nog eens 9 morgen. Als je het vergelijkt met anderen op de lijst dan zijn er een paar die rond de 30 morgen zitten, maar niet meer. Een groot bedrijf dus.

Arndt staat ook in de leenboeken van Bergh bij het goed de Bredelaar (Breler, Breiler) dat tussen Millingen en Bimmen ligt [Mr. A.P. van Schilfgaarde (1929). Register op de leenen van het Huis Bergh, Arnhem: S.Gouda Quint, p. 288.]. Hij krijgt het op 30 juni 1653 in leen en deelt het voor gebruik meteen met Claes en Gerrit de Laer in drie delen van 4 morgen [AHB 0214, inv.nr. 3167, folio 112, digitaal online: afb. 113]. Dat Hendrik de Laer zijn zwager is en hij met Gerrit (die we al kennen als broer van Hendrik) en Claes de Laer de Bredelaar deelt, roept op zijn minst de vraag op of hij dan met een zuster van de De Laers getrouwd is.
Op 15 november 1653 krijgt Willem Brants de andere helft van Bredelaar in leen [AHB 0214, inv.nr. 3167, folio 112v, digitaal online: afb. 114]. Dat deze Willem geen broer van Arndt kan zijn blijkt wel uit het gegeven dat Arndt in 1595 geboren is [Verklaart in 1639: 44 jaar oud, geboren en getogen in Millingen, daar altijd gewoond. AHB 0214, inv.nr. 5790, online afb. 3] en Willem pas na zijn overlijden in 1723 door zijn zoon opgevolgd wordt.
Een heel opmerkelijke vermelding is dat Hendrik Brants in 1652 (dus een jaar voor de belening) met zijn vrouw Willemke de Laer geld leent met Bredelaar als onderpand [20-10-1652 Hendrik Brans en Willemke de Laer bekennen schuld aan Gerit van Lijnden. onderpand huis en hof de Breler. AHB 0214 inv.nr. 4951, digitaal online: afb. 24].
Hendrik en Willem blijken broers te zijn [AHB 0214, inv.nr._5227, online afb. 59] en omdat Hendrik de opvolger is van Arndt kunnen we er wel vanuit gaan dat zij beide zoons zijn van Arndt. Daarmee hebben we een aardig begin dat naar beide kanten nog verder uitgewerkt kan worden.

voorouders
De voorouders van Herbert Brants heb ik nog niet in kaart gebracht maar er lijken wel mogelijkheden. Om te beginnen een morgentaalcedule die opgenomen is in een proces in 1642, maar die volgens de beschrijving opgesteld is door Diederik Sebus die als schrijver in dienst was van 1585-1613. Gezien meerdere genoemde personen dateert de lijst van voor 1600. In de lijst komen meerdere Brants voor, o.a.: "Arnt Brants modo Herman Goris van Otto Brantz gekocht" [GA 0124, inv.nr. 5211] Dat betekent dus dat er een Arndt Brants was voor onze Arndt en dat mogelijk na zijn dood opgevolgd is door een Otto die het vervolgens aan Herman Goris verkocht heeft. [GA 0124, inv.nr. 5211. Transcriptie door Guido van Benthem

Nazaten
Ook ten aanzien van hun nazaten is nog wel wat onderzoek nodig. Dat Arndt drie kinderen had staat wel vast. Ik heb al opgemerkt dat Hendrik en Willem broers zijn. Dat Maria hun zus is blijkt uit de splitsing van Bredelaar in 1707 waarbij Frederik Meurs, echtgenoot van Erntie Huijsman, een deel als zelfstandig leen krijgt [AHB 0214, inv.nr. 3168, folio 199v-200, online: afb. 204]. In de acte wordt vermeld dat er op 16 april 1660 een magescheid tussen Hendrick Brants, Wilhelm Brants en Roelman Huijsman, namens zijne huisvrouw Maria Brants, opgemaakt is. Het origineel bestaat zo goed als zeker niet meer, dat zou in het ORA van Millingen bewaard moeten zijn en dat is mogelijk al in 1672 met Huis Millingen in vlammen opgegaan.
Hendrik Brants heeft destijds als oudste zoon het gehele leen op zijn naam gekregen in 1660, maar volgens de magescheid ging een deel van 3,5 morgen naar Roeleman Huijsman en Maria Brants. Frederik Meurs vraagt het nu als zelfstandig leen te mogen ontvangen omdat hij bang is dat het anders in een proces meegeteld wordt als bezit van Hendrik.
De namen van hun ouders worden niet genoemd maar we mogen er wel vanuit gaan dat het Arndt Brants betreft, niemand anders dan hij kan immers Bredelaar aan kinderen nagelaten hebben. Enige kinderen van Hendrik en Willem blijken uit verschillende stukken maar het beeld is nog niet compleet, en voorlopig!

Jenneke Brants
De grootste vraag wat mij betreft is Jenneke Brants, de vrouw van Hendrik de Laer (1637-1719). Zij wordt doorgaans als dochter van Willem Brants genoemd. Een primaire bron die haar ouders bevestigt heb ik nog niet kunnen vinden. Als Jenneke de moeder is van de drie bekende zonen van Hendrik de Laer, ligt het, gezien hun namen - Hendrik, Gerrit en Arndt - meer voor de hand dat zij een dochter is van Hendrik Brants. Zonder aanvullend bewijs moeten we mijns inziens dan ook beide opties open houden.

Stamreeks voorlopig
1 Herbert Brants, zoon van [misschien] Arndt Brants. [0214_5727_009.jpg]
voor eventuele voorouders:
GA 0371, inv.nr. 35 Arndt Brantz schepen in gerichtsbank Duyfflnwerdt, Keken en Bymmen, 1563

Kind van Herbert uit onbekende relatie:
1 Arndt Brants, geboren omstreeks 1595 in Millingen. Volgt 1.1.

1.1 Arndt Brants geb. ca 1595 in Millingen, overl. ca 1660.
Verklaart in 1639: 44 jaar oud, geboren en getogen in Millingen, daar altijd gewoond. [AHB 0214_5790_003.jpg]
In 1643 verklaart een Arndt Brants dat hij in Millingen geboren is en 48 jaar oud is. [hof van Gelre 5211 0872.jpg]
Op 30 juni 1653 ontvangt Arnd Brandts de helft van Bredelaar in het kerspel Millingen in leen [tussen Millingen en Bimmen]. Hij verdeelt het in drieën: 4 morgen voor zichzelf, 4 morgen voor Gerrijt de Laer en 4 morgen voor Claes de Laer. [AHB 0214, inv.nr. 3167, folio 112, afb. 113, en, Mr. A.P. van Schilfgaarde (1929). Register op de leenen van het Huis Bergh, Arnhem: S.Gouda Quint, p. 288] 15 november 1653 ontvangt Willem Brants de andere helft in leen. [AHB 0214, inv.nr. 3167, folio 112v-113, afb. 114]
Opmerkelijk is echter dat Hendrik het goed Breler in 1652 al als onderpand gebruikt voor een lening samen met zijn vrouw Willemke de Laer. Zie bij Hendrik.
Arndt wordt in 1661 (na verzuim) opgevolgd door Hendrick Brants en voor 3,5 morgen door Roelman Huysman, echtg. van Maria Brants. [Schilfgaarde]
Arndt Brants pacht samen met Jan vanden Pavert, Jan Krechtingh, Henrick Everts, Dirck Lipperts en Dirck Verwaijen de Heukelomsewardt. Deze pacht is in 1662 (AHB 5163) in handen van Roelman Huysman en Willem Brans. We kunnen er m.i. wel van uit gaan dat Arndt Brants in beide gevallen één en dezelfde persoon betreft.
tr. [misschien] N.N. de Laer
Arndt Brants wordt genoemd als zwager van Henrick de Laer en deelt de Bredelaar met Gerrit en Claes de Laer. Dat roept op zijn minst de vraag op of hij wellicht een zwager is van de gebroeders de Laer, en dan zou zijn vrouw dus een De Laer zijn. Zijn zoon trouwt dan met een nicht, maar dat komen we in die tijd wel meer tegen. Voor neef-nicht huwelijken moest wel dispensatie gevraagd worden maar het was niet helemaal verboden. Of is er een fout gemaakt bij het afschrijven van het protocol en waren het in 1652 Arndt Brants en Willemke de Laer????

Kinderen van Arndt en NN:
1 Hendrick Brandts, geboren omstreeks 1625 in (geschat). Volgt 1.1.1.
2 Maria Brants, geboren omstreeks 1625. Volgt 1.1.2.
3 Wilhelm Brants. Volgt 1.1.3.

1.1.1 Hendrick Brandts geb. ca 1625 (geschat), overl. 10 sept 1713 Millingen (Bimmen)
Op 27 november 1661 krijgt Hendrick Brants drie delen van het goed Brijler (Bredelaar) in leen. [AHB 0214, inv.nr. 3167, folio 167, afb. 168]
Hendrick woont in de uiterwaarden van Millingen op een kaart uit 1694 staat zijn huis ingetekend. Zijn broer Willem woonde er ook voor die tijd, maar waar zijn huis gestaan heeft Het Hof ten Poll is in 1694 door de Waal al overstroomt. Millingen 1694.
1671 buurmeester [AHB 0214_5692-038.jpg] genoemd in de lijst familiegelden 1676-78 Millingen, genoemd in 1681 onder de Samptlicke Naeburen (HvH blz.94)
AHB 5687 den graaf van den Bergh tegen Henrick Brants c.s. wegens het onrechtmatig aanstellen van een nieuwe buurmeester te Millingen, 1697
tr. Willemke de Laer, dr. van Claes of Gerrit. Aangezien Claes vooralsnog de oudste lijkt plaats ik haar daar omdat ze al voor 1630 geboren moet zijn, want al getrouwd voor 1652.

Kinderen van Hendrick en Willemke:
1 Maria Brants. Volgt 1.1.1.1.
2 [waarschijnlijk] Albert Brantz. Volgt 1.1.1.2.
3 [waarschijnlijk] Helena Brants,
getuigt bij kinderen van Maria en Petrus van Kempen, samen met Henricus Brants in 1719 bij Ida Vergoor, en 1730 bij kind van Mechtildis van Kempen
4 Derck Brandts
5 Henrick Brandts

1.1.1.1 Maria Brants, overl. Millingen (Bimmen) 27 sep 1714
Op 3 mei 1724 Peter van Kempen weduwnaar van Maria Brants, alsmede Derck Brants en Henrick Brants ohmen en bloetmomboiren van de vijf onmondige kinderen van genoemde Peter van Kempen en Maria Brants Ehelijck verweckt. [AHB 0214_3169_098]
tr. Millingen 10 okt 1705, Petrus van Kempen, geb. Millingen 1673, zoon van Gerridt van Kempen en Trijntje Strengers|Sprengers.
In 1723 verklaard hij 50 jaar te zijn. [GA 0185_16-0023.jpg]
Petrus is weduwnaar van Mechtelt de Wael (1686-1705), met wie hij trouwde op 03-02-1704 in Millingen.

Kinderen van Maria en Petrus:
1 Joanna van Kempen, doop Bimmen 6 okt 1706.
2 Gerardus van Kempen, doop Kekerdom 17 nov 1707.
get: Maria van Kempen, Joannes Brans
3 Mechtildis van Kempen, doop Kekerdom 9 mei 1709.tr. Henricus van Haren
get: Hendrina van de Pavert, Helena Brans, Casparus de Laek
4 Stephanus van Kempen, doop Kekerdom 18 nov 1710.
get: Henricus Brans Mechtilde Meurs
5 Theodorus van Kempen, doop Kekerdom 17 mei 1712.
get: Theodorus Brans, Hermannus Eickholt, Joanna van Kempen
6 Stephanus van Kempen, doop Kekerdom 30 aug 1714.
get: Theodorus Arns, Wilhelmus van de Pavert, uxor Theodori van Rijswick

1.1.1.2 Albert Brantz, overl. (Bimmen) aug 1719
Er is een geschil tussen de erven van predikant Born te Gendt en Henrick Brantz in Millingen uit 1706. Henrick wordt daarin vertegenwoordigd door zijn zoon Albert.
tr. Millingen 9 feb 1681 Enneken Verwaijen, dr. van Dirck Verwaijen en Helleken van Egeren.

1.1.2 Maria Brants, geb. ca 1625 (geschat), overl. (Bimmen) 19 sept 1706(?)
tr. Roeleman Huijsman , overl. (Bimmen) 18 okt 1686
AHB 0214_4951 21-4-1665 Roelman Huisman bekend schuld aan Peter Willems en Anna Jacobs
AHB 0214_4951 18-4-1671 Roelman Huisman en Maria Brants bekennen schuld aan Peter Willems en Anna Jacobs.
1671 kerkmeester [AHB 0214_5692-038.jpg]
genoemd in de lijst familiegelden 1676-78 Millingen, genoemd in 1681 onder de Samptlicke Naeburen (HvH blz.94)

Kinderen van Maria en Roeleman:
1 Arnolda (Erntie) Huijsman. Volgt 1.1.2.1.
2 Jantien Huijsman. Volgt 1.1.2.2.
3 Wilhelmus Huijsman. Volgt 1.1.2.3.
4 Jan Huijsman, geboren omstreeks 1650. Volgt 1.1.2.4.

1.1.2.1 Arnolda (Erntie) Huijsman, overl. (Bimmen) 26 okt 1728
Frederick Moers, als man van Ernstie Huisman, wie het na magescheid van den boedel van haar vader Roelman Huysman was toegevallen, welke Roelman dit gedeelte bij magescheid van 1660 April 16, als man van Maria Brants, had verkregen, 1707 Januari 8. [Register op de leenen van Huis Bergh, leennr 293, p.289]
tr(1) ca 1690, Claes Arntz, zn. van Hendrick Arntz en Jantien Croes, overl. (Bimmen) 12 nov 1693
uit een dispensatie van 21-11-1690 blijkt een ongelijke verwantschap in de 3e en 4e graad. Geen schema
tr(2) Millingen 9 juni 1695, Frederik Meurs. zn. van Adamus (Daem) Meurs en Arnolda (Erntie) van Hall, overl, (Bimmen) 21 sep 1734
Frederik is overleden. Hij is begraven op 21-09-Ick Johan Hermann Geselschap hochgrafflick Bijlantse Richter tot Halt, Duffelwarth, Keeken en Bijmmen als ook wij Schepens certificeeren en verklaeren dat voor uns in judicio, persoonlijck gekoomen en verscheenen sijn Frederick Moers, wonende tot Millingen, neffens sijnen soon Roeleman Arntz bekennende van de Heer Jacobus Triboler Predicant off reformirde pro tot Emmerick en desselfs eheliefste mevraw Anna Sara Biesen opgenoemen en baar ontfangen te hebben eene summa van vierhondert guldens hollands etc. 15 maij 1733. Bron: Kleve Gerichte, nr. 2614, Gerichtliche Obligationes der herrlichkeit Halt zu Duffelwarth, Keeken und Bijmmen de anno 1731; Folio 1 t/m 82 1731-1734

Kind van Erntie en Claes:
1 Roeleman Arntz, geboren in Millingen.
Kinderen van Erntie en Frederik:
2 Claesijn Meurs, doop Bimmen 21 mei 1696,
get: Jan Muers, Erntien van Hall, Wijnneken Arnts
3 Gertrudis Meurs, doop Bimmen 10 nov 1697,
get: Jacob Muers, Willemken van de Pavort en Gerien Muers
4 Wilhelmina Meurs, doop Bimmen 3 sep 1699
get: Willem Huijsman, Jenneken Arnts, Janten Huijsmans
5 Johanna Maria Meurs, doop Bimmen 10 juni 1701
get: Ruthgerus Arnts, Gertrudis Arnts
6 Adrianus Meurs, doop Bimmen 18 feb 1703
get: Winandus Moers, Mechtildis Hollander
7 Arnolda Meurs, doop Bimmen 7 okt 1705
get: Henricus Arnts, Joanna Arnts

1.1.3 Wilhelm Brants, overl. (Bimmen 21 jul 1719,
in 1723 neemt zijn zoon Arndt het leen Den Bredelaar over. Willem is voor 1723 overleden dus ga ik ervan uit dat het Willem is die in 1719 overleden is.
genoemd in de lijst familiegelden 1676-78 Millingen,
In een proces rond de pacht van de landerijen van de Vicarien van Millingen door Hendrick Arnts wordt Willem Brants genoemd als Herbergier te Millingen.
Of Derck inderdaad een zoon van Wilhelm is is niet zeker, Van Derck weten we dat hij opgevolgt wordt door zijn broer Hendrick en als wilde gok ga ik er even vanuit dat dat deze Hendrick is.
Henrick en Derck zijn neven (oomzeggers) van Derrick Speet
tr. Grietjen (?) NN.

Kinderen van Wilhelm en Grietjen:
1 Arndt Brants, overl. (Bimmen) 8 jan 1730
2 [misschien] Derck Brants. Volgt 1.1.3.2.
3 Wilhelm Brants. Volgt 1.1.3.3.
4 [misschien] Jenneke Brants, Volgt 1.1.3.4.
5 [waarschijnlijk] Hendrick Brants [1.1.3.5]. doop Millingen 19 april 1671,
19/09 april

1.1.3.2 Derck Brants, overl, voor 1732.
De Biesacker leen 18-10-1678 Rutger Braam, 11-05-1686 Derrick Speet neef van de erfgenamen van Rutger Braam; 29-02-1712 Derck Brant na zijn oom Derck Speet; 05-01-1732 Hendrick Brants na de dood van zijn broer Derck.

tr. Eva Haenen.

Kind van Derck en Eva:
1 Henricus Brants, doop Bimmen 4 aug 1714

1.1.3.3 Wilhelm Brants, overl. ca 1743.
volgt zijn vader op in 1730 in het leen Bredelar
otr. Millingen 25 nov 1706, Hermsken/ Henrica de Murter, overl. (Bimmen) 4 feb 1732
Hermsken is weduwe van Henricus Jansen (ovl. 1704), met wie zij trouwde op 29-11-1692 in Millingen.

Kinderen van Wilhelm en Hermsken:
1 Henricus Brants, doop Bimmen 5 aug 1708
2 Henricus Brants, doop Bimmen 3 dec 1709
3 Albert Brants, doop Bimmen 9 nov 1712
4 Cornelis Brants, doop Bimmen 8 aug 1715
Halfbroeders en zusters van Albert Brants:
1.Maurits Jansen, na magescheid, 1747 November 14
2.Anna Maria Hopmans, na magescheid. Daarna draagt zij het leen op ten behoeve van Johan Derck Thomasse, 1747 September 14.
3.Jan Arentz, na magescheid, 1747 November 14. (heeft een broer Willem.)
4.Derck Brants, na magescheid, 1747 November 14.

1.1.3.4 Jenneke Brants, geb. ca 1640 (geschat), overl. Millingen 11 jan 1718
Er is een Willem Brandts doopgetuige bij de kinderen van Hendrik de Laer jr. Nicola doop 19 april 1707. Dat zou dan dus een oom of de grootvader van Hendrik kunnen zijn. Andere Willems zie ik niet in de familie Brants.
tr. Hendrick de Laer, geb. ca 1637, zn. van Gerrit de Laer en Naelleken Rom(men).
In 1711, verhoor in zake vechtpartij Derck Aernts, 74 of 75 jaar oud.
overl. Millingen 6 jul 1719, begraven in het koor van de kerk te Millingen.

Kinderen van Jenneke en Hendrick:
1 Henricus de Laer, geb. ca 1670.
2 Arnoldus de Laer, geb. ca 1675.
3 Gerardus (Gerrit) de Laer, geb. ca 1677.


Bijlage: De Bredelaar,
Mr. A.P. van Schilfgaarde (1929). Register op de leenen van het Huis Bergh, Arnhem: S.Gouda Quint,
(Transcriptie gekopieerd van de website van Guido van Benthem

36) Bron 1 [Register op de leenen van het Huis Bergh, Mr. A.P. van Schilfgaarde], pag. 288 en 289, leennr. 293:

De hoffstat ind dat guet ten Bredelar, umbtrynt 24 margen lants, en wenich myn off meer, to guder maten, gelegen mit all der toebehoir in den kerspel van Millingen in Duffel, tot eenen pondighen leen na Zutphenschen rechte.

  1. Derick Schenk van Nydeggen, 1447 December 21.
  2. Idem vernieuwt eed, 1469 April 6.
  3. Derick Schincke Derixsoene, na doode van zijn vader, en na scheiding met zijn broeders, 1488 Juni 21.
  4. Giisbert van Heerde Daemssoen, na opdracht door heer Peter van den Hatert, pastoor van Bymmen en landdeken van Xanten, wien het leen opgedragen werd door Derick Schenck van Nideggen, 1499 November 2.
  5. Daem van Heerd Giisbertsz., na doode van zijn vader, 1551 Mei 22.
  6. Gijsbert van Heerde vernieuwt den eed, 1570 April 24.
  7. Gardtt van Herdtt, 1578 Januari 18. N.B. Het leengoed heet thans: De Breler.
  8. Johan Rentgens, schout te Rheden op de Veluwe, na opdracht door Gaert van Heerde, 1579 Januari 5.
  9. Ruleff Rentgen, van Keecken uit den Duffel, na doode van zijn oudsten zoon Johan vnd., 1583 April 30.
  10. Ces Reintkens Roeloffsdr., na verzuim. Haar man Herman Moor is hulder, 1612 September 3.
  11. Peter Boxtart met de helft beleend, 1615.
  12. Florentius Hachten namens zijn vrouw Bartruydt van Boxtartt, na doode van haar vader Peter, 1649 Mei 8. N.B. De helft wordt voortaan afzonderlijk verheven (zie No. 293 § 1), 1653.
  13. Wilhelm Brandts, na opdracht door Florentius Hachten en diens vrouw Beatrix zum Boxtart, 1653 November 15. Uit het leen wordt 1 morgen, gend. Schenckencampff, van den leenplicht ontslagen, 1654 Februari 23.
  14. Aerent Brants, na doode van zijn in 1653 beleenden vader Willem, 1723 December 11.
  15. Wilhelm Brants, na doode van zijn broeder Arent, 1730 November 22.
  16. Idem vernieuwt den eed, 1738 Juni 17.
  17. Albert Brants, na doode van zijn vader Wilhelm, 1743 November 8. Volgens magescheid d.d. 1733 Juli 28 tusschen Albert Brants en zijn half-broeders en zusters wordt het leen, thans nog 12 morgen groot, in 5 afzonderlijke leenen gesplitst, nl.
  1. Ruim 1 morgen, zie No. 293 § 2.
  2. 1½ morgen, zie No. 293 § 3.
  3. 1½ morgen, zie No. 293 § 4.
  4. 1½ morgen, zie No. 293 § 5.
  5. Ruim 6 morgen, welk 5de leen niet verder wordt verheven, 1747 September 6.

37) Bron 1, pag. 289, leennr. 293 § 1.:

De helft van het goed ten Bredelar, groot 12 morgen.

  1. Arndt Brandts met ledige hand beleend, 1653 Juni 30.
  2. Hendrick Brants, na verzuim, 1661 November 27. Van het leen wordt 3½ morgen afgespleten, zie No. 293 § 1a, 1707.
  3. Peter van Kempen, na opdracht door Hendrik Brants, 1707 Januari 22.
  4. Mechtelt van Kempen, na doode van haar vader Peter. Evert Geurtsz. is hulder, 1754 April 8.
  5. Hendrik van Kempen, na doode van Mechtelt vnd. Hij vernieuwt tevens den eed, 1783 September 30.
  6. Idem vernieuwt den eed, 1788 April 21.

38) Bron 1, pag. 289, leennr. 293 § 1a. (afgespleten van No. 293 § 1):

Een parceel lants, 3½ mergen groot, op den Breiler genaamt, in den kerspel van Millingen gelegen.

  1. Frederick Moers, als man van Ernstie Huisman, wie het na magescheid van den boedel van haar vader Roelman Huysman was toegevallen, welke Roelman dit gedeelte bij magescheid van 1660 April 16, als man van Maria Brants, had verkregen, 1707 Januari 8.
  2. Johan Brants, na verzuim, 1745 Februari 11.
  3. Idem verkoopt uit dit leen 1 morgen 100 roeden als afzonderlijk leen (zie No. 293 § 1aI), 1745 Februari 11.
  4. Clasyna Meurs. Roelman Hoet is hulder, 1754 Maart 28. N.B. Het leengoed is nog groot 1 morgen 100 roeden, en wordt belend: Oostwaarts door Roeleman Aarents, Westwaarts door Johan Georg Reche, Noordwaarts door Peter van Campen, en Zuidwaarts door Albert Brans.
  5. Roeleman Arents, 1754 Maart 28.
  6. Nicolaus Verhoeven, na opdracht door Peter Meurs, 1766 September 22.
  7. Roelman Hoedt, te Millingen, laat zijn besloten testament, d.d. 1781 November 27, goedkeuren, 1783 Augustus 16.
  8. Idem lijftocht zijn vrouw Maria Elisabeth Hutten, 1793 Juli 24.

39) Bron 1, pag. 290, leennr. 293 § 1aI. (afgespleten van No. 293 § 1a):

Een morgen en honderd roeden lants, aenpaelende en aenschietende Oostwaerts Claes Bruyns, Westwaerts Herman Ripperbeeck, Noordwaerts Van Kempen, en Suydwaerts Willem Brants, tot 1 U.

  1. Johan Georg Reche, burgemeester van Crevelt, na opdracht door Johan Brants, Gerard Felderhoff is hulder, 1745 Februari 11.
  2. Cornelis Floh, fabrikant, na executie. Johan Floh is hulder, 1767 Juni 22.

40) Bron 1, pag. 290, leennr. 293 § 2 (afgespleten van No. 293.):

1½ Morgen en omtrent 40 roeden van de hoffstede uyt het leenparcheell den Breeler in den kerspell Millingen, aenpalende Noordwaerts aen den Steen, Westwaerts den Rommell, Oostwaerts de hoffstede, en Suydwarts het erve van Peter van Kempen, tot 1 U.

  1. Maurits Jansen, na magescheid, 1747 November 14.
  2. Aleyda Jansen, na doode van haar vader Maurits. Antoni de Both is hulder, 1765 Juli 5.
  3. Eadem vernieuwt den eed, 1783 October 15.
  4. Eadem vernieuwt den eed. Haar broeder Andries Jansen is hulder, 1788 Mei 19.
  5. Andries Jansen benoemt als erfgename Catharina Wansing, dochter van Hendrik Wansing en diens vrouw Hendrina Jansen, 1799 November 5.
  6. Catharina Wansing, na doode van Aleyda Jansen. Haar vader Jan Hendrik Wansing is hulder, 1801 Juli 20.

41) Bron 1, pag. 290, leennr. 293 § 3 (afgespleten van No. 293.):

1½ Morgen, den Dries genaemt, affgedeylt uyt het goed den Breeler, aenpalende Noortwaerts aen de Seven mergen, Westwaerts aen het erve van Peter van Kempen, Suytwaerts aen de wegh, en Oostwaerts aan de 's Graven-Dries, tot 1 U.

  1. Anna Maria Hopmans, na magescheid. Daarna draagt zij het leen op ten behoeve van Johan Derck Thomasse, 1747 September 14.

42) Bron 1, pag. 290, leennr. 293 § 4 (afgespleten van No. 293.):

1½ Mergen lants uyt het goet den Breeler, aenpaelende Noortwaerts het erve van Jan Brants, Westwaerts het Kremerstuck, Zuydwaerts de Bimmense weteringe en Oostwaerts neffens het erve van Derck Brants, tot 1 U.

  1. Jan Arentz, na magescheid, 1747 November 14.
  2. Idem vernieuwt den eed. Zijn broeder Willem Arents is hulder, 1783 September 30.

43) Bron 1, pag. 291, leennr. 293 § 5 (afgespleten van No. 293.):

1½ Mergen lants uyt het goet den Breeler in den kerspell Millingen, aenpaelende Westwaerts het erve van Jan Arentse, Oostwaerts aen de Bimmense gemeente, Zuytwaerts aen het Eykelbooms-stuck, en Noordwaerts het vierkant stuxken van Albert Brants, tot 1 U.

  1. Derck Brants, na magescheid, 1747 November 14.
Genealogie, Robert Keurntjes

In de ruim 35 jaar die ik me bezig houd met genealogie heb ik vooral in mijn vrije tijd onderzoek gedaan naar mijn eigen voorouders. Ik heb echter ook onderzoek gedaan voor anderen. Het onderzoek naar de familie Santvoort was een onderzoek in opdracht waarbij ik de toestemming heb gekregen de gegevens te publiceren.